|
|
Gepubliceerd op
28/09/2005
 |
DE
DODGE "LA FEMME" 1955 |
De Dodge La Femme
In
1955 keken heel wat mensen verbaasd uit hun ogen toen de Dodge La Femme
op de markt kwam. De auto die bedoeld was voor de bezadigde, modebewuste
en niet-onbemiddelde huisvrouw uit de jaren ’50, werd nooit een echte
hit. Tegen het einde van het modeljaar ’56 waren er minder dan duizend
exemplaren van gebouwd en zette Dodge, zonder er veel ruchtbaarheid aan
te geven, de productie van de La Femme stil.
Autoconstructeurs hadden voordien ook al geprobeerd om auto’s aan
vrouwen te verkopen. Maar de ’55 Dodge La Femme moest een unieke auto
worden – de eerste serieauto die exclusief voor vrouwen ontworpen en
gebouwd werd en uitsluitend aan vrouwen verkocht werd. Het model kwam al
snel op de markt nadat het publiek tijdens een autosalon het jaar
voordien enthousiast gereageerd had op een vergelijkbare concept auto
van Chrysler.
En waarom zou het idee niet aanslaan? Het waren de gouden jaren. De
benzine was goedkoop. Hoe langer hoe meer Amerikaanse gezinnen
verhuisden naar de randsteden en maakten gebruik van het snel groeiende
net nationale snelwegen. Gezinnen met twee auto’s waren geen
uitzondering meer. En almaar meer vrouwen bestuurden zelf een auto.
De La Femme werd in de lente van 1955 op de markt gebracht als een
speciale uitvoering van de Custom Royal Lancer, het tweedeurs topmodel
van Dodge, en hij had alles om op
te
vallen. Met onder andere de nieuwe “Fashion Flair” styling van Dodge die
auto’s er lager en breder deed uitzien. Het vele chroomwerk op de
spatborden en de flankbeschermers blonk oogverblindend, terwijl de
vormgeving van de rondlopende en bolle voorruit duidelijk op de
luchtvaart geïnspireerd was.
En je kon er niet naast kijken dat dit een speciale Lancer was. De
carrosserie was in twee exclusieve kleuren uitgevoerd – Heather Rose en
Sapphire White – de wieldeksels waren roze gelakt en het
identificatieplaatje “La Femme” op de voorste spatborden was verguld.
Het uiterlijk van de La Femme was ontegensprekelijk (en gewaagd)
vrouwelijk.
De marketingmensen en ontwerpers van Dodge die het interieur onder
handen namen, gingen zelfs nog een stap verder om de vrouw uit de jaren
’50 te geven wat ze wou (of wat ze dachten dat die wou): namelijk
verwend worden en er op elk ogenblik als een modeplaatje uitzien.
Een weelderige stof met een patroon van rozenknopjes voor de
stoelbekleding, roze en
zilver
voor de deurpanelen en een vinyl bekleding in overeenstemmend roze. Het
instrumentenbord viel op door zijn vloeiende vormgeving, zijn twee
kleuren (zwart bovenaan en roze onderaan) en zijn uitnodigende
bedieningsknoppen. Daaronder een nieuwe en op het instrumentenbord
gemonteerde bedieningshendel voor de PowerFlite automaat van de La
Femme. Een verguld naamplaatje op de deur van het handschoenvak en een
dik bordeauxrood tapijt maakten het plaatje compleet. Maar het
opvallendst waren de persoonlijke accessoires om mevrouw altijd in
perfecte “La Femme” stijl te houden, waar ze ook naartoe ging.
Die accessoires die in aparte compartimenten achter de voorzetels
opgeborgen zaten, behelsden:
- een plastic regencape met een patroon in rozenknopjes, lange mouwen,
zakken en goudkleurige drukknoppen,
- een bijhorende regenhoed met brede rand in zeemansstijl,
- een paraplu, met hetzelfde patroon in rozenknopjes en een aangepaste
beschermhoes met rits,
- een roze schoudertas in zacht vinyl met een wijnkleurige zijden
voering. In de aparte vakjes van die tas zaten:
o een opmaakset in roze kalfsleer met spiegel en lichtroze poeder,
o een sigarettenaansteker in art deco stijl, verguld met een roze vinyl
bekleding,
o een bijhorende gouden sigarettenhouder voor ongeveer 12 sigaretten,
o een gouden lippenstifthouder, op zijn beurt met een bekleding in roze
kalfsleer, voor de favoriete lippenstift van mevrouw,
o een smalle, bruine kam in imitatieparelmoer met een vergulde metalen
rug waarop de naam van de eigenares gegraveerd kon worden,
o een opmaakspiegeltje in een wijnkleurige stof,
o een portemonnee in wijnkleurige zijde met een dunne gouden
draagketting.
Volgens de reclamefolder voor de La Femme hoorden er ook “sierlijke
regenlaarzen voor onverwachte buien” bij. Dat was alvast de bedoeling
tot iemand besefte dat het bijzonder moeilijk en duur zou zijn om de
naar verwachting vele duizenden bestuursters elk een paar laarzen met de
juiste maten te bezorgen. Dat was het einde van de laarzen.
Ik
ben een vrouw: hoor maar hoe ik brul.
Vreemd genoeg pakte de 1955 Dodge La Femme uit met één
karaktertrek die je met de
beste
wil van de wereld nu eenmaal niet vrouwelijk kon noemen: zijn krachtbron.
Zoals alle exemplaren van de Custom Royal Lancer van dat jaar werd de La
Femme geleverd met een Super Red Ram Hemi-V8 van 4.3 liter die bij 4.400
t/min een vermogen van 183 pk ontwikkelde.
Wie een extra kick (193 pk) en een nog krachtiger motorgeluid wou, kon
tegen een meerprijsje opteren voor het pakket « Super-powered Red Ram »
met een carburator met vier kamers, een dubbele uitlaatpijp en een
verlaagde ophanging.
Vandaag kunnen we best begrijpen dat enkele, anders heel verstandige,
marketingmensen de nieuwsgierigheid voor een vrouwelijke conceptauto op
een autosalon verkeerd inschatten en daar een echte kopersinteresse in
zagen. In de haast om de eerste dergelijke serieauto te bouwen, werd de
La Femme een auto voor vrouwen die de meeste vrouwen niet wilden of niet
nodig hadden.
Een stereotiep beeld op een marktsegment kleven – zoals veronderstellen
dat alle vrouwen wel de voorkeur zouden geven aan de kleur roze en aan
bijhorende accessoires – was op zijn zachtst gezegd bijzonder naïef. En
voor sommige vrouwen was die aanpak wellicht ook een afknapper.
Het hielp ook niet dat de La Femme alleen in de lente van 1955 en 1956
aangeboden werd. Reclamecampagnes, hoofdzakelijk
tijdschriftenadvertenties, probeerden de auto bekendheid te geven. Maar
toen de auto na het modeljaar ’56 uit productie werd genomen, wisten
heel wat klanten niet dat er ooit een La Femme bestaan had.

Terug
naar boven
|

|